Haags succes: 800 laadpalen en 5000 bezoekers per maand
De gemeente Den Haag is koploper op het gebied van elektrisch laden. De gemeente heeft inmiddels al 800 laadpalen geplaatst, waar maandelijks 5000 unieke bezoekers gebruik van maken. Samen met het Nationaal Kennisplatform Laadinfrastructuur rolde de gemeente zelfs een tool uit voor de standaardisatie van laadinfrastructuur. Enkele voorbeelden van geslaagd beleid.
Acceptatieniveau
Van Elzakker merkt dat het plaatsen van elektrische laadpalen wel gepaard gaat met problemen. Zo accepteren wijkbewoners de komst van laadpalen aanvankelijk wel, maar naar verloop van tijd daalt het niveau. Pas als er vervolgens meer elektrische voertuigen gebruik van maken en er nog meer laadpalen bijkomen, stijgt het niveau weer.
Netbeheer
Ook is goed overleg met de netbeheerder van belang. “Eén auto opladen kost evenveel als vijf huishoudens per dag van stroom voorzien”, aldus de beleidsmedewerker, “dus moeten we goed bespreken op welke locaties we stroom uit het net kunnen halen en waar het nodig is.”
Zo noemt hij het voetbalstadion van ADO Den Haag als locatie die ‘niet ideaal’ is, omdat daar maar 17 voetbalwedstrijden per jaar worden gespeeld. “Dan kan je beter kiezen voor een congrescentrum, waar het hele jaar door activiteit is.”
Progressief beleid
In de loop der jaren is de gemeente Den Haag bovendien steeds progressiever laadpalen gaan plaatsen. Van Elzakker: “Op basis van indicatoren kunnen we voorspellen waar behoefte gaat komen voor laadinfra. Dus zodra die vraag er komt, zit de aanbesteding al in de pijplijn. Zo zijn we wel vraaggestuurd, maar toch proactief.”
Proeftuin
Ten slotte is de gemeente ook bezig met een ‘proeftuin’ creëren. “Zo hebben we een aanbesteding gedaan voor een laadlantaarn. Maar daarbij lopen we ook tegen ‘nieuwe’ struikelblokken aan. Zo moeten we bijvoorbeeld om tafel met de afdeling Openbare Verlichting (OVL)”, aldus Van Elzakker.